woeden
werkwoordBetekenis
- (van een natuurverschijnsel) met veel geweld gepaard gaan
- hevig bezig zijn (van een discussie, conflict, strijd)
werkwoord
- met veel geweld gepaard gaan absolute
Vervoeging van woeden
woedenhele werkwoord — woeddeverleden tijd enkelvoud — woeddenverleden tijd meervoud — gewoedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | woed | woedde |
| jij | woedt | woedde |
| hij, zij, het | woedt | woedde |
| wij | woeden | woedden |
| jullie | woeden | woedden |
| zij | woeden | woedden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gewoed | verleden tijd, deelwoord |
| gewoed te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewoed zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewoed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewoed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewoed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewoed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewoed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewoed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewoed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewoed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewoed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewoed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te woeden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen woeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| woed | gebiedende wijs |
| woedde | verleden tijd |
| woede | aanvoegende wijs |
| woedend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gewoed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewoed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal woeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal woeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal woeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gewoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou woeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou woeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou woeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden woeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden woeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden woeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt woeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewoed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewoed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen woeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen woeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen woeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen woeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult woeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van woede.
Woordfamilie van woeden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewoed | voltooid deelwoord | woeden |
| woed | gebiedende wijs | woeden |
| woedde | verleden tijd | woeden |
| woedden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | woeden |
| woedt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | woeden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woeden zijn vastgelegd.