Naar de inhoud

wisselen

veranderen

wisselen

werkwoord /wɪsələ(n)/

Betekenis

  1. veranderen
  2. op een ander spoor overgaan van treinen
  3. het een voor het ander nemen of geven
  4. groot geld ruilen voor klein geld of geld ruilen voor andere valuta
  5. wisselen van woorden of gedachten: met elkaar praten; voeren van een gesprek

Hoe spreek je wisselen uit?

/wɪsələn/

Wisselen bestaat uit drie lettergrepen.

De tekens in /wɪsələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɪ pit
s sok
ə de
l land
n nek

Vervoeging van wisselen

wisselenhele werkwoord — wisseldeverleden tijd enkelvoud — wisseldenverleden tijd meervoud — gewisseldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wissel wisselde
jij wisselt wisselde
hij, zij, het wisselt wisselde
wij wisselen wisselden
jullie wisselen wisselden
zij wisselen wisselden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gewisseld verleden tijd, deelwoord
gewisseld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewisseld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewisseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewisseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewisseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewisseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewisseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewisseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewisseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewisseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewisseld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewisseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewisseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewisseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewisseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewisseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewisseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewisseld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wisselen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wisselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
wissel gebiedende wijs
wisselde verleden tijd
wissele aanvoegende wijs
wisselend onvoltooid, deelwoord
zal gewisseld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewisseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewisseld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wisselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wisselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wisselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gewisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wisselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wisselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wisselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wisselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wisselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wisselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wisselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewisseld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewisseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewisseld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wisselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wisselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wisselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wisselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewisseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wisselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘ruilen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Woordfamilie van wisselen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewisseld voltooid deelwoord wisselen
gewisselde woordvorm wisselen
wisselde verleden tijd wisselen
wisselden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wisselen
wissele aanvoegende wijs wisselen
wisselt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wisselen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wisselen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over wisselen

Hoe spreek je wisselen uit?
De uitspraak van wisselen is: /wɪsələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent wisselen?
Wisselen is een werkwoord. Het woord betekent: veranderen. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je wisselen?
Je vervoegt wisselen als volgt: de tegenwoordige tijd is wissel, de verleden tijd is wisselde en het voltooid deelwoord is gewisseld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wisselen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. I 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wisselen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. I 2
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wisselen in het kort

wisselen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van wisselen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wisselen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wisselen: veranderen
Deel wisselen — standaardnederlands.nl