wildschotel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- in de oven bereide warme schotel van wildbraad
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wildschotels | meervoud |
| wildschoteltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wildschoteltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van wild en schotel
Woordfamilie van wildschotel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wildschotels | meervoud | wildschotel |
| wildschoteltje | verkleinwoord | wildschotel |
| wildschoteltjes | verkleinwoord meervoud | wildschotel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wildschotel zijn vastgelegd.