wildschaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- schaar om wildbraad (eventueel inclusief botten) mee in stukken te knippen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wildschaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wildschaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| wildscharen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van wild en schaar
Woordfamilie van wildschaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wildschaartje | verkleinwoord | wildschaar |
| wildschaartjes | verkleinwoord meervoud | wildschaar |
| wildscharen | meervoud | wildschaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wildschaar zijn vastgelegd.