wijting
zelfstandig naamwoord /ˈʋɛi.tɪŋ/Betekenis
- een straalvinnige vis uit de familie van schelvissen (Gadidae), orde schelvisachtigen (Gadiformes), die voorkomt in het noordoosten van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee
- fijn geslempt krijt
- het wijten
Hoe spreek je wijting uit?
/ˈwɛitɪŋ/
Wijting bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort straalvinnige vis, Merlangius merlangus, uit de familie van schelvissen (Gadidae), orde schelvisachtigen (Gadiformes), die voorkomt in het noordoosten van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wijtingen | meervoud |
| wijtinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wijtinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wijtingen | meervoud |
| wijtinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wijtinkjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord
- aanwijzing als schuldige of oorzaak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wijtingen | meervoud |
Woordfamilie van wijting
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wijtingen | meervoud | wijting |
| wijtinkje | verkleinwoord | wijting |
| wijtinkjes | verkleinwoord meervoud | wijting |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wijting zijn vastgelegd.