wierook
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈʋiː.roːk/Betekenis
- een mengsel van aromatische organische stoffen, dat aangestoken kan worden en dan een als aangenaam beoordeelde geur verspreidt, oorspronkelijk met name de hars (olibanum) van de wierookboom Boswellia
Hoe spreek je wierook uit?
/ˈwirok/
Wierook bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| i | riet |
| r | rood |
| o | boot |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wierookje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wierookjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wieroken
- gebiedende wijs van wieroken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wieroken
Vervoeging van wierook
wierookhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘welriekende rook als reukoffer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100.
Woordfamilie van wierook
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wierookje | verkleinwoord | wierook |
| wierookjes | verkleinwoord meervoud | wierook |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wierook zijn vastgelegd.