westelijk
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- aan de kant van het westen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| westelijke | verbogen, stellende trap |
| westelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| westelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| westelijkers | partitief, vergrotende trap |
| westelijks | partitief, stellende trap |
| westelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| westelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van westelijken
- gebiedende wijs van westelijken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van westelijken
Vervoeging van westelijk
westelijkhele werkwoord
Herkomst
afgeleid van west met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van westelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| westelijker | vergrotende trap | westelijk |
| westelijkere | verbogen vergrotende trap | westelijk |
| westelijkers | partitieve vergrotende trap | westelijk |
| westelijks | partitive, positive | westelijk |
| westelijkst | uninflected, superlative | westelijk |
| westelijkste | inflected, superlative | westelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van westelijk zijn vastgelegd.