weger
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- iemand wiens beroep het is te wegen
- instrument om mee te wegen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wegers | meervoud |
| wegertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wegertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wegeren
- gebiedende wijs van wegeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wegeren
Vervoeging van weger
wegerhele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van wegen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van weger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wegers | meervoud | weger |
| wegertje | verkleinwoord | weger |
| wegertjes | verkleinwoord meervoud | weger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weger zijn vastgelegd.