wegdempen
werkwoord ˈwɛɣdɛmpə(n)Betekenis
- geluid of ander signaal zo goed tegenhouden dat het niet of nauwelijks meer is waar te nemen
Hoe spreek je wegdempen uit?
/ˈwɛxdɛmpən/
Wegdempen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| d | dak |
| m | maan |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van wegdempen
wegdempenhele werkwoord — dempte wegverleden tijd enkelvoud — dempten wegverleden tijd meervoud — weggedemptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | demp weg | dempte weg |
| jij | dempt weg | dempte weg |
| hij, zij, het | dempt weg | dempte weg |
| wij | dempen weg | dempten weg |
| jullie | dempen weg | dempten weg |
| zij | dempen weg | dempten weg |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| demp weg | gebiedende wijs |
| dempte weg | verleden tijd |
| er is weggedempt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was weggedempt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd weggedempt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt weggedempt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal weggedempt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal weggedempt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou weggedempt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou weggedempt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had weggedempt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weggedempt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weggedempt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weggedempt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weggedempt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weggedempt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weggedempt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggedempt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben weggedempt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegdempen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weggedempt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggedempt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggedempt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggedempt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggedempt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggedempt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggedempt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te dempen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen dempen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal dempen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou dempen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden dempen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt dempen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen dempen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen dempen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult dempen | bijzin, toekomende tijd |
| wegdemp | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegdempend | onvoltooid, deelwoord |
| wegdempt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegdempte | bijzin, verleden tijd |
| wegdempten | bijzin, verleden tijd |
| weggedempt | verleden tijd, deelwoord |
| weggedempt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggedempt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggedempt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggedempt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggedempt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggedempt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggedempt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggedempt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggedempt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggedempt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| werd weggedempt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd weggedempt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd weggedempt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden weggedempt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden weggedempt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden weggedempt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt weggedempt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word weggedempt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden weggedempt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden weggedempt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden weggedempt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt weggedempt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt weggedempt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal wegdempen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegdempen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegdempen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegdempen | bijzin, toekomende tijd |
| zal weggedempt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggedempt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggedempt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weggedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggedempt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggedempt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou wegdempen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegdempen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegdempen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegdempen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou weggedempt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggedempt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggedempt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weggedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou weggedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggedempt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggedempt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggedempt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) wegdempen weg zou(dt) dempen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden wegdempen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegdempen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegdempen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegdempen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggedempt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggedempt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggedempt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weggedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weggedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggedempt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggedempt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggedempt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt wegdempen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegdempen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggedempt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggedempt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen wegdempen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegdempen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegdempen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegdempen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegdempen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen weggedempt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggedempt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggedempt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weggedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weggedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggedempt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggedempt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggedempt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult wegdempen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van weg bw en dempen ww
Woordfamilie van wegdempen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weggedempt | voltooid deelwoord | wegdempen |
| weggedempte | woordvorm | wegdempen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegdempen zijn vastgelegd.