weerpijn
zelfstandig naamwoordBetekenis
- pijn die op een andere plaats wordt gevoeld dan waar de prikkel optreedt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weerpijnen | meervoud |
| weerpijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| weerpijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘pijn op andere plaats dan de oorzaak’ voor het eerst aangetroffen in 1607
Woordfamilie van weerpijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weerpijnen | meervoud | weerpijn |
| weerpijntje | verkleinwoord | weerpijn |
| weerpijntjes | verkleinwoord meervoud | weerpijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weerpijn zijn vastgelegd.