weerlicht
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- lichtverschijnsel door elektrische ontlading (bliksem) bij onweer op afstand, waarbij de donder niet hoorbaar is.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weerlichten | meervoud |
| weerlichtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| weerlichtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- onpersoonlijke tegenwoordige tijd van weerlichten
Vervoeging van weerlicht
weerlichthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘bliksem’ voor het eerst aangetroffen in 1351
Woordfamilie van weerlicht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weerlichtje | verkleinwoord | weerlicht |
| weerlichtjes | verkleinwoord meervoud | weerlicht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weerlicht zijn vastgelegd.