weekendhuwelijk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een huwelijk waarin het koppel door werkomstandigheden elkaar alleen in het weekend ziet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weekendhuwelijken | meervoud |
| weekendhuwelijkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| weekendhuwelijkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van weekend en huwelijk
Woordfamilie van weekendhuwelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weekendhuwelijken | meervoud | weekendhuwelijk |
| weekendhuwelijkje | verkleinwoord | weekendhuwelijk |
| weekendhuwelijkjes | verkleinwoord meervoud | weekendhuwelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weekendhuwelijk zijn vastgelegd.