weekender
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iets dat geschikt is om in het weekend te gebruiken, iets dat geschikt is om een weekend te gebruiken
- iemand die ergens een weekend verblijft als gast
- weekendtas
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weekenders | meervoud |
Herkomst
uit het Engels
Woordfamilie van weekender
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weekenders | meervoud | weekender |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weekender zijn vastgelegd.