wanbof
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈwɑmbɔfBetekenis
- ongelukje, pech, tegenslag, tegenvaller
Hoe spreek je wanbof uit?
/ˈwɑmbɔf/
Wanbof bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| b | bak |
| ɔ | bot |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wanboffen
- gebiedende wijs van wanboffen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wanboffen
Vervoeging van wanbof
wanbofhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van wan bn en bof zn , naamwoord van handeling wanboffen ww