waarmerk
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- merk of teken als garantie van echtheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| waarmerken | meervoud |
| waarmerkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| waarmerkjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van waarmerken
- gebiedende wijs van waarmerken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van waarmerken
Vervoeging van waarmerk
waarmerkhele werkwoord
Herkomst
Samenstelling van waar, (stam van het verouderde werkwoord waren) en merk
Woordfamilie van waarmerk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waarmerkje | verkleinwoord | waarmerk |
| waarmerkjes | verkleinwoord meervoud | waarmerk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waarmerk zijn vastgelegd.