vulgarisator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die vulgariseert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vulgarisatoren | meervoud |
| vulgarisators | meervoud |
| vulgarisatortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vulgarisatortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van vulgariseren met het achtervoegsel -ator
Woordfamilie van vulgarisator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vulgarisatoren | meervoud | vulgarisator |
| vulgarisators | meervoud | vulgarisator |
| vulgarisatortje | verkleinwoord | vulgarisator |
| vulgarisatortjes | verkleinwoord meervoud | vulgarisator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vulgarisator zijn vastgelegd.