vuistregel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een regel die in de meeste gevallen opgaat en als standaard in beginsel wordt aangehouden.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vuistregels | meervoud |
| vuistregeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vuistregeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘globale regel’ voor het eerst aangetroffen in 1944
Woordfamilie van vuistregel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vuistregels | meervoud | vuistregel |
| vuistregeltje | verkleinwoord | vuistregel |
| vuistregeltjes | verkleinwoord meervoud | vuistregel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vuistregel zijn vastgelegd.