vuisthandschoen
zelfstandig naamwoord ˈvœysthɑntsxunBetekenis
- nauwsluitende omhulling voor de hand waarbij de vingers (meestal met uitzondering van de duim) worden samengenomen (in tegenstelling tot een handschoen waarbij elke vinger afzonderlijk wordt omhuld)
Hoe spreek je vuisthandschoen uit?
/ˈvœysthɑntsxun/
Vuisthandschoen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| œy | huis |
| s | sok |
| t | tak |
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| x | acht |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- nauwsluitende omhulling voor de hand waarbij de vingers (meestal met uitzondering van de duim) worden samengenomen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vuisthandschoenen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vuist zn en handschoen zn
Woordfamilie van vuisthandschoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vuisthandschoenen | meervoud | vuisthandschoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vuisthandschoen zijn vastgelegd.