vrijhandel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vrije handel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrijhandeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘handel vrij van overheidsbelemmeringen’ voor het eerst aangetroffen in 1851
Woordfamilie van vrijhandel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrijhandeltje | verkleinwoord | vrijhandel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijhandel zijn vastgelegd.