vraat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het aanvreten of aangevreten worden, de aanvreting, vreterij
- schade aan gewassen door aanvreting
- voedsel, aas voor (wilde) dieren
- bepaald vraatzuchtig dier bv. de veelvraat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vraten | meervoud |