vraatzucht
zelfstandig naamwoordBetekenis
- overgrote gulzigheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vraatzuchten | meervoud |
| vraatzuchtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vraatzuchtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vraat en zucht
Woordfamilie van vraatzucht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vraatzuchten | meervoud | vraatzucht |
| vraatzuchtje | verkleinwoord | vraatzucht |
| vraatzuchtjes | verkleinwoord meervoud | vraatzucht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vraatzucht zijn vastgelegd.