voorrecht
zelfstandig naamwoordBetekenis
- recht, aan een persoon of een lichaam boven anderen toegekend
- omstandigheid waardoor men begunstigd is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorrechten | meervoud |
| voorrechtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voorrechtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van voor en recht
Woordfamilie van voorrecht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorrechten | meervoud | voorrecht |
| voorrechtje | verkleinwoord | voorrecht |
| voorrechtjes | verkleinwoord meervoud | voorrecht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorrecht zijn vastgelegd.