voorleesverhaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een opgeschreven geschiedenis die geschikt is om voorgelezen te worden
- een opgeschreven geschiedenis die geschikt is om naar te luisteren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorleesverhaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voorleesverhaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| voorleesverhalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van voorlezen ww en verhaal zn
Woordfamilie van voorleesverhaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorleesverhaaltje | verkleinwoord | voorleesverhaal |
| voorleesverhaaltjes | verkleinwoord meervoud | voorleesverhaal |
| voorleesverhalen | meervoud | voorleesverhaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorleesverhaal zijn vastgelegd.