volley
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het terugslaan van een bal voor hij de grond geraakt heeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| volleys | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volleyen
- gebiedende wijs van volleyen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volleyen
Vervoeging van volley
volleyhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘terugslaan van een bal voor hij de grond geraakt heeft’ voor het eerst aangetroffen in 1890
Woordfamilie van volley
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| volleys | meervoud | volley |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van volley zijn vastgelegd.