Naar de inhoud

vleien

(onoprechte) complimenten geven, meestal om bij iemand in de gunst te komen

vleien

werkwoord

Betekenis

  1. (onoprechte) complimenten geven, meestal om bij iemand in de gunst te komen
  2. ketsen, een steentje met een afgeplatte vorm scherend over een wateroppervlak gooien zodat het zo vaak mogelijk stuitert

werkwoord

  1. complimenten geven, meestal om bij iemand in de gunst te komen transitive

Vervoeging van vleien

vleienhele werkwoord — vleideverleden tijd enkelvoud — vleidenverleden tijd meervoud — gevleidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vlei vleide
jij vleit vleide
hij, zij, het vleit vleide
wij vleien vleiden
jullie vleien vleiden
zij vleien vleiden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gevleid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gevleid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gevleid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gevleid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gevleid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gevleid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gevleid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gevleid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gevleid verleden tijd, deelwoord
gevleid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevleid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevleid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevleid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevleid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevleid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevleid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevleid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevleid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevleid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevleid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevleid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vleien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vleien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vlei gebiedende wijs
vlei me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
vlei u/je , vleit je gebiedende wijs
vleide verleden tijd
vleide je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
vleide me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
vleide u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
vleide u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
vleide zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
vleide zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
vleide zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
vleiden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
vleiden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
vleiden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
vleie aanvoegende wijs
vleie zich aanvoegende wijs
vleien je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vleien ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vleien zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vleiend onvoltooid, deelwoord
vleit je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
vleit u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
vleit u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vleit zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
vleit zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
vleit zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart gevleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gevleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gevleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gevleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gevleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gevleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gevleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gevleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gevleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gevleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gevleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gevleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gevleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gevleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gevleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gevleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gevleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gevleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gevleid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevleid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gevleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gevleid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevleid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me vleien eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal vleien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vleien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vleien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich vleien derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je vleien tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gevleid hebben verleden tijd
zich vleiend onvoltooid, deelwoord
zijn gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gevleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gevleid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevleid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gevleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gevleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevleid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevleid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevleid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vleien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vleien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vleien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevleid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevleid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gevleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gevleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevleid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevleid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevleid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vleien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vleien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vleien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevleid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vleien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevleid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevleid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘flemen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265

Woordfamilie van vleien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vlei gebiedende wijs vleien
vleide verleden tijd vleien
vleiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vleien
vleie aanvoegende wijs vleien
vleit aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vleien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vleien zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over vleien

Wat betekent vleien?
Vleien is een werkwoord. Het woord betekent: (onoprechte) complimenten geven, meestal om bij iemand in de gunst te komen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je vleien?
Je vervoegt vleien als volgt: de tegenwoordige tijd is vlei, de verleden tijd is vleide en het voltooid deelwoord is gevleid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vleien is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. L 3
  3. E 1
  4. I 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vleien levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. L 3
  3. E 1
  4. I 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vleien telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

vleien in het kort

vleien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van vleien zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vleien bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vleien: (onoprechte) complimenten geven, meestal om bij iemand in de gunst te komen
Deel vleien — standaardnederlands.nl