vleesboom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- goedaardig gezwel van het spierweefsel van de baarmoeder
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vleesbomen | meervoud |
| vleesboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vleesboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vlees zn en boom zn
Woordfamilie van vleesboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vleesbomen | meervoud | vleesboom |
| vleesboompje | verkleinwoord | vleesboom |
| vleesboompjes | verkleinwoord meervoud | vleesboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vleesboom zijn vastgelegd.