visplaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- metalen plaat met gaatjes waarop men een vis kan koken in een vispan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| visplaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| visplaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| visplaten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vis zn en plaat zn
Woordfamilie van visplaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| visplaatje | verkleinwoord | visplaat |
| visplaatjes | verkleinwoord meervoud | visplaat |
| visplaten | meervoud | visplaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van visplaat zijn vastgelegd.