vispas
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vergunning waarmee aangetoond kan worden, dat de houder van de vergunning in een bepaald oppervlaktewater of op een bepaald tijdstip mag gaan vissen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vispassen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vis zn en pas zn
Woordfamilie van vispas
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vispassen | meervoud | vispas |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vispas zijn vastgelegd.