visite
zelfstandig naamwoord viˈzitəBetekenis
- bezoek (van personen bij elkaar in het bijzonder van een patiënt bij een arts)
- de personen die op bezoek zijn
- bezoek
Hoe spreek je visite uit?
/viˈzitə/
Visite bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| i | riet |
| z | zon |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| visites | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bezoek’ voor het eerst aangetroffen in 1630
Woordfamilie van visite
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| visites | meervoud | visite |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van visite zijn vastgelegd.