visitator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die een (kerk)visitatie uitvoert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| visitatoren | meervoud |
| visitators | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van visiteren met het achtervoegsel -ator
Woordfamilie van visitator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| visitatoren | meervoud | visitator |
| visitators | meervoud | visitator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van visitator zijn vastgelegd.