visitatie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (douane)onderzoek van vervoermiddelen en van vervoerde goederen
- bezoek van de bisschop aan een parochie kerkvisitatie
- bezoek van Maria bij Elizabeth, Maria-Visitatie (31 mei), Maria Boodschap
zelfstandig naamwoord
- onderzoek van vervoermiddelen en van vervoerde goederen
- bezoek van de bisschop aan een parochie, kerkvisitatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| visitaties | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onderzoek’ voor het eerst aangetroffen in 1291
Woordfamilie van visitatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| visitaties | meervoud | visitatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van visitatie zijn vastgelegd.