Naar de inhoud

verzoenen

vrede laten sluiten

verzoenen

werkwoord

Betekenis

  1. vrede laten sluiten

Vervoeging van verzoenen

verzoenenhele werkwoord — verzoendeverleden tijd enkelvoud — verzoendenverleden tijd meervoud — verzoendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verzoen verzoende
jij verzoent verzoende
hij, zij, het verzoent verzoende
wij verzoenen verzoenden
jullie verzoenen verzoenden
zij verzoenen verzoenden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verzoend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verzoend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verzoend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verzoend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verzoend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verzoend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verzoend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verzoend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verzoend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verzoend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verzoend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verzoend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verzoend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verzoend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verzoend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzoend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verzoend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verzoenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verzoenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzoen gebiedende wijs
verzoend verleden tijd, deelwoord
verzoend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verzoend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verzoend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzoend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzoend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzoend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verzoend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verzoend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzoend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzoend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzoende verleden tijd
verzoene aanvoegende wijs
verzoenend onvoltooid, deelwoord
waart verzoend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verzoend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verzoend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verzoend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verzoend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verzoend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verzoend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verzoend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verzoend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verzoend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verzoend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verzoend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verzoend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verzoend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verzoend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verzoend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verzoend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verzoend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verzoend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verzoend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verzoend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzoend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verzoend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verzoend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzoend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verzoend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzoend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verzoenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verzoenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verzoenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verzoend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verzoend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzoend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzoend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verzoend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzoend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verzoend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzoend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzoend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzoend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verzoenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verzoenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verzoenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verzoend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzoend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzoend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzoend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzoend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzoend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzoend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzoend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzoend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzoenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzoenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzoenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verzoend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzoend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzoend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzoenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verzoend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verzoend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verzoend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verzoend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verzoend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verzoend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verzoend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verzoend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verzoend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verzoenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verzoenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verzoenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verzoenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verzoend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verzoend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verzoend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verzoenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van zoenen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verzoenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verzoen gebiedende wijs verzoenen
verzoend voltooid deelwoord verzoenen
verzoende verleden tijd verzoenen
verzoenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verzoenen
verzoene aanvoegende wijs verzoenen
verzoent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verzoenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzoenen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verzoenen

Wat betekent verzoenen?
Verzoenen is een werkwoord. Het woord betekent: vrede laten sluiten.
Hoe vervoeg je verzoenen?
Je vervoegt verzoenen als volgt: de tegenwoordige tijd is verzoen, de verleden tijd is verzoende en het voltooid deelwoord is verzoend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verzoenen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 4
  5. O 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verzoenen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 5
  5. O 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verzoenen in het kort

verzoenen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verzoenen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verzoenen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verzoenen: vrede laten sluiten
Deel verzoenen — standaardnederlands.nl