Naar de inhoud

vertederen

teder stemmen

vertederen

werkwoord

Betekenis

  1. teder stemmen

Vervoeging van vertederen

vertederenhele werkwoord — vertederdeverleden tijd enkelvoud — vertederdenverleden tijd meervoud — vertederdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verteder vertederde
jij vertedert vertederde
hij, zij, het vertedert vertederde
wij vertederen vertederden
jullie vertederen vertederden
zij vertederen vertederden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vertederd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vertederd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vertederd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vertederd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vertederd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vertederd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vertederd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vertederd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vertederd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vertederd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vertederd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vertederd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vertederd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vertederd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vertederd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vertederd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vertederd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vertederen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vertederen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verteder gebiedende wijs
vertederd verleden tijd, deelwoord
vertederd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vertederd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vertederd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertederd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertederd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertederd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vertederd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vertederd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vertederd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vertederd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vertederde verleden tijd
vertedere aanvoegende wijs
vertederend onvoltooid, deelwoord
waart vertederd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vertederd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vertederd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vertederd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vertederd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vertederd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vertederd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vertederd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vertederd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vertederd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vertederd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vertederd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vertederd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vertederd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vertederd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vertederd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vertederd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vertederd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vertederd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vertederd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vertederd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vertederd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vertederd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vertederd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vertederd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vertederd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vertederd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vertederen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vertederen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vertederen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vertederd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vertederd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vertederd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vertederd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vertederd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vertederd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vertederd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vertederd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vertederd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vertederd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vertederen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vertederen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vertederen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden vertederd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vertederd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vertederd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vertederd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vertederd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vertederd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vertederd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vertederd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vertederd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vertederen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vertederen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vertederen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt vertederd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vertederd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vertederd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vertederen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen vertederd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vertederd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vertederd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vertederd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vertederd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vertederd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vertederd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vertederd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vertederd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vertederen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vertederen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vertederen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vertederen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult vertederd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vertederd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vertederd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vertederen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van teder met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van vertederen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verteder gebiedende wijs vertederen
vertederd voltooid deelwoord vertederen
vertederde verleden tijd vertederen
vertederden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vertederen
vertedere aanvoegende wijs vertederen
vertedert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vertederen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vertederen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vertederen

Wat betekent vertederen?
Vertederen is een werkwoord. Het woord betekent: teder stemmen.
Hoe vervoeg je vertederen?
Je vervoegt vertederen als volgt: de tegenwoordige tijd is verteder, de verleden tijd is vertederde en het voltooid deelwoord is vertederd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vertederen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vertederen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vertederen in het kort

vertederen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vertederen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vertederen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vertederen: teder stemmen
Deel vertederen — standaardnederlands.nl