verstrekken
werkwoordBetekenis
- ter beschikking stellen
Vervoeging van verstrekken
verstrekkenhele werkwoord — verstrekteverleden tijd enkelvoud — verstrektenverleden tijd meervoud — verstrektvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verstrek | verstrekte |
| jij | verstrekt | verstrekte |
| hij, zij, het | verstrekt | verstrekte |
| wij | verstrekken | verstrekten |
| jullie | verstrekken | verstrekten |
| zij | verstrekken | verstrekten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verstrekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verstrekt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verstrekt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verstrekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verstrekt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verstrekt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verstrekt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verstrekt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verstrekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verstrekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verstrekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verstrekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verstrekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verstrekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verstrekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verstrekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verstrekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verstrekken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verstrekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verstrek | gebiedende wijs |
| verstrekke | aanvoegende wijs |
| verstrekkend | onvoltooid, deelwoord |
| verstrekt | verleden tijd, deelwoord |
| verstrekt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verstrekt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verstrekt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verstrekt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verstrekt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verstrekt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verstrekt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verstrekt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verstrekt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verstrekt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verstrekte | verleden tijd |
| waart verstrekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verstrekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verstrekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verstrekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verstrekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verstrekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verstrekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verstrekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verstrekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verstrekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verstrekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verstrekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verstrekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verstrekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verstrekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verstrekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verstrekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verstrekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verstrekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verstrekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verstrekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verstrekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verstrekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verstrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verstrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verstrekt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verstrekt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verstrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verstrekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verstrekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verstrekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verstrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verstrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verstrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verstrekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verstrekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verstrekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verstrekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verstrekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verstrekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verstrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verstrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verstrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verstrekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verstrekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verstrekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verstrekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verstrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verstrekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verstrekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verstrekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verstrekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verstrekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verstrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verstrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verstrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verstrekt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verstrekt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verstrekt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verstrekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verstrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verstrekt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van strekken met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verstrekken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verstrek | gebiedende wijs | verstrekken |
| verstrekke | aanvoegende wijs | verstrekken |
| verstrekt | voltooid deelwoord | verstrekken |
| verstrekte | verleden tijd | verstrekken |
| verstrekten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verstrekken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verstrekken zijn vastgelegd.