Naar de inhoud

vernieuwen

opnieuw maken, opknappen

vernieuwen

werkwoord /vərˈniwə(n)/

Betekenis

  1. opnieuw maken, opknappen
  2. bij de tijd brengen

Hoe spreek je vernieuwen uit?

/vərˈniwən/

Vernieuwen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈniwən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
n nek
i riet
w quiz
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. het opnieuw afsluiten van een verzekering

Vervoeging van vernieuwen

vernieuwenhele werkwoord — vernieuwdeverleden tijd enkelvoud — vernieuwdenverleden tijd meervoud — vernieuwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vernieuw vernieuwde
jij vernieuwt vernieuwde
hij, zij, het vernieuwt vernieuwde
wij vernieuwen vernieuwden
jullie vernieuwen vernieuwden
zij vernieuwen vernieuwden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vernieuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vernieuwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vernieuwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vernieuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vernieuwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vernieuwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vernieuwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vernieuwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vernieuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vernieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vernieuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vernieuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vernieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vernieuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vernieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vernieuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vernieuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vernieuwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vernieuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernieuw gebiedende wijs
vernieuwd verleden tijd, deelwoord
vernieuwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vernieuwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vernieuwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernieuwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernieuwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernieuwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vernieuwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vernieuwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vernieuwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vernieuwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vernieuwde verleden tijd
vernieuwe aanvoegende wijs
vernieuwend onvoltooid, deelwoord
waart vernieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vernieuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vernieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vernieuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vernieuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vernieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vernieuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vernieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vernieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vernieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vernieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vernieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vernieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vernieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vernieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vernieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vernieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vernieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vernieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vernieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vernieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vernieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vernieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vernieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vernieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vernieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vernieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vernieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vernieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vernieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vernieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vernieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vernieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vernieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vernieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vernieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vernieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vernieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vernieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vernieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vernieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vernieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vernieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden vernieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vernieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vernieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vernieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vernieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vernieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vernieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vernieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vernieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vernieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vernieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vernieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt vernieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vernieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vernieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vernieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen vernieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vernieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vernieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vernieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vernieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vernieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vernieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vernieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vernieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vernieuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vernieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vernieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vernieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult vernieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vernieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vernieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vernieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afleiding van nieuw met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en.

Woordfamilie van vernieuwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vernieuw gebiedende wijs vernieuwen
vernieuwd voltooid deelwoord vernieuwen
vernieuwde verleden tijd vernieuwen
vernieuwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vernieuwen
vernieuwe aanvoegende wijs vernieuwen
vernieuwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vernieuwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vernieuwen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over vernieuwen

Hoe spreek je vernieuwen uit?
De uitspraak van vernieuwen is: /vərˈniwə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent vernieuwen?
Vernieuwen is een werkwoord. Het woord betekent: opnieuw maken, opknappen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je vernieuwen?
Je vervoegt vernieuwen als volgt: de tegenwoordige tijd is vernieuw, de verleden tijd is vernieuwde en het voltooid deelwoord is vernieuwd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vernieuwen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. N 1
  5. I 1
  6. E 1
  7. U 4
  8. W 5
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vernieuwen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. N 1
  5. I 2
  6. E 1
  7. U 2
  8. W 5
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vernieuwen in het kort

vernieuwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van vernieuwen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vernieuwen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vernieuwen: opnieuw maken, opknappen
Deel vernieuwen — standaardnederlands.nl