verlossen
werkwoordBetekenis
- daadwerkelijk of overdrachtelijk van ketenen bevrijden
werkwoord
- van ketenen bevrijden; (overdrachtelijk) vrij maken van iets schadelijks transitive
- een vrouw geneeskundig bijstaan bij de bevalling transitive
Vervoeging van verlossen
verlossenhele werkwoord — verlosteverleden tijd enkelvoud — verlostenverleden tijd meervoud — verlostvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verlos | verloste |
| jij | verlost | verloste |
| hij, zij, het | verlost | verloste |
| wij | verlossen | verlosten |
| jullie | verlossen | verlosten |
| zij | verlossen | verlosten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verlost | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verlost | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verlost | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verlost | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verlost worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verlost zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verlost worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verlost zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verlost | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verlost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verlost | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verlost | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verlost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verlost | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verlost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verlost | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verlost | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verlossen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verlossen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlos | gebiedende wijs |
| verlosse | aanvoegende wijs |
| verlossend | onvoltooid, deelwoord |
| verlost | verleden tijd, deelwoord |
| verlost te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verlost te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verlost te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlost te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlost te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlost worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verlost zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verlost zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlost zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlost zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verloste | verleden tijd |
| waart verlost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verlost | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verlost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verlost | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verlost | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verlost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verlost | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verlost | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verlost | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verlost | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verlost | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verlost | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verlost | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verlost | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verlost | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verlost | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verlost | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verlost | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verlost | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verlost | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verlossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verlossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verlossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verlost hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verlost hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verlost worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlost worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verlost zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlost zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verlost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verlossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verlossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verlossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verlost hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlost hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verlost worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlost worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verlost worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlost zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlost zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlost zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verlossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verlossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verlost hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verlost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verlost hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlost worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verlost worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verlost worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlost zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verlost zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verlost zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verlossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verlost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlost worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlost zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verlossen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verlossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verlossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verlossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verlost hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verlost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verlost hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlost worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verlost worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verlost worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlost zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verlost zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verlost zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verlossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verlost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlost worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlost zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van lossen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verlossen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verlos | gebiedende wijs | verlossen |
| verlosse | aanvoegende wijs | verlossen |
| verlost | voltooid deelwoord | verlossen |
| verloste | verleden tijd | verlossen |
| verlosten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verlossen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verlossen zijn vastgelegd.