Naar de inhoud

verlossen

daadwerkelijk of overdrachtelijk van ketenen bevrijden

verlossen

werkwoord

Betekenis

  1. daadwerkelijk of overdrachtelijk van ketenen bevrijden

werkwoord

  1. van ketenen bevrijden; (overdrachtelijk) vrij maken van iets schadelijks transitive
  2. een vrouw geneeskundig bijstaan bij de bevalling transitive

Vervoeging van verlossen

verlossenhele werkwoord — verlosteverleden tijd enkelvoud — verlostenverleden tijd meervoud — verlostvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verlos verloste
jij verlost verloste
hij, zij, het verlost verloste
wij verlossen verlosten
jullie verlossen verlosten
zij verlossen verlosten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verlost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verlost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verlost impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verlost impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verlost impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verlost impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verlost worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verlost zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verlost worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verlost zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verlost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verlost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verlost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verlost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verlost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verlost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verlost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verlost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verlost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verlost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verlost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verlost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verlost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verlost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verlost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verlost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verlost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verlost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verlossen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verlossen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlos gebiedende wijs
verlosse aanvoegende wijs
verlossend onvoltooid, deelwoord
verlost verleden tijd, deelwoord
verlost te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verlost te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verlost te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlost te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlost te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlost worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verlost zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verlost zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verlost zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verlost zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verloste verleden tijd
waart verlost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verlost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verlost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verlost voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verlost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verlost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verlost voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verlost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verlost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verlost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verlost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verlost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verlost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verlost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verlost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verlost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verlost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verlost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verlost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verlost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verlossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verlossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verlossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verlost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verlost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verlost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verlost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verlost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verlost zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verlost zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verlost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verlost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verlost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verlost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verlossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verlossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verlossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verlost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verlost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verlost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verlost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verlost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verlost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verlost zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verlost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verlost zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verlossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verlossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verlossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verlost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verlost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verlost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verlost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verlost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verlost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verlost zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verlost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verlost zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verlossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verlost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verlost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verlost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verlossen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verlossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verlossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verlossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verlost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verlost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verlost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verlost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verlost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verlost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verlost zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verlost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verlost zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verlossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verlost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verlost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verlost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van lossen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verlossen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verlos gebiedende wijs verlossen
verlosse aanvoegende wijs verlossen
verlost voltooid deelwoord verlossen
verloste verleden tijd verlossen
verlosten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verlossen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verlossen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verlossen

Wat is de betekenis van verlossen?
Verlossen is een werkwoord. De betekenis is: daadwerkelijk of overdrachtelijk van ketenen bevrijden. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verlossen?
Zo vervoeg je verlossen zo: de tegenwoordige tijd is verlos, de verleden tijd is verloste en het voltooid deelwoord is verlost. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verlossen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. O 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verlossen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. O 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verlossen in het kort

verlossen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verlossen staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verlossen bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verlossen: daadwerkelijk of overdrachtelijk van ketenen bevrijden
Deel verlossen — standaardnederlands.nl