Naar de inhoud

verkoelen

minder hartelijk worden

verkoelen

werkwoord

Betekenis

  1. minder hartelijk worden
  2. koel, koud, koeler maken

Vervoeging van verkoelen

verkoelenhele werkwoord — verkoeldeverleden tijd enkelvoud — verkoeldenverleden tijd meervoud — verkoeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verkoel verkoelde
jij verkoelt verkoelde
hij, zij, het verkoelt verkoelde
wij verkoelen verkoelden
jullie verkoelen verkoelden
zij verkoelen verkoelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verkoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verkoeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verkoeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verkoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verkoeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verkoeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verkoeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verkoeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verkoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verkoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verkoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verkoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verkoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verkoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verkoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verkoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verkoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verkoelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verkoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkoel gebiedende wijs
verkoeld verleden tijd, deelwoord
verkoeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkoeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkoeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkoeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkoeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkoeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkoeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkoeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkoeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkoeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkoelde verleden tijd
verkoele aanvoegende wijs
verkoelend onvoltooid, deelwoord
waart verkoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verkoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verkoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verkoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verkoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verkoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verkoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verkoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verkoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verkoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verkoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verkoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verkoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verkoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verkoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verkoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verkoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verkoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verkoeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verkoeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verkoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verkoeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkoeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verkoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verkoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verkoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verkoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verkoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verkoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verkoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verkoelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verkoelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verkoelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verkoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkoelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkoelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkoelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verkoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkoelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verkoeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verkoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verkoeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verkoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verkoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkoeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verkoeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verkoeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verkoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verkoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verkoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verkoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkoeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van koelen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verkoelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verkoel gebiedende wijs verkoelen
verkoeld voltooid deelwoord verkoelen
verkoelde verleden tijd verkoelen
verkoelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verkoelen
verkoele aanvoegende wijs verkoelen
verkoelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verkoelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkoelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verkoelen

Wat is de betekenis van verkoelen?
Verkoelen is een werkwoord. De betekenis is: minder hartelijk worden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verkoelen?
Zo vervoeg je verkoelen zo: de tegenwoordige tijd is verkoel, de verleden tijd is verkoelde en het voltooid deelwoord is verkoeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verkoelen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. O 1
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verkoelen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. O 1
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verkoelen in het kort

verkoelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verkoelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verkoelen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verkoelen: minder hartelijk worden
Deel verkoelen — standaardnederlands.nl