vergezicht
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een ver uitzicht, een panorama.
- een wijde blik in de toekomst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vergezichten | meervoud |
| vergezichtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vergezichtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ver en gezicht
Woordfamilie van vergezicht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vergezichten | meervoud | vergezicht |
| vergezichtje | verkleinwoord | vergezicht |
| vergezichtjes | verkleinwoord meervoud | vergezicht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergezicht zijn vastgelegd.