venter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- persoon die geld probeert te verdienen door te venten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| venters | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘verkoper langs huis’ voor het eerst aangetroffen in 1819
Woordfamilie van venter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| venters | meervoud | venter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van venter zijn vastgelegd.