vals
bijvoeglijk naamwoord vɑlsBetekenis
- onecht, niet legitiem
- grappig met een gemene, plagende ondertoon
- bij honden: geneigd tot wangedrag, zoals onverhoeds bijten
- wals (soort dans)
- walsmuziek
Hoe spreek je vals uit?
/vɑls/
Vals bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɑ | bad |
| l | land |
| s | sok |
bijvoeglijk naamwoord
- alleen in schijn, niet echt; nagemaakt om voor echt door te gaan
- min of meer grappig maar met een gemene, plagende ondertoon; ± sadistisch
- gemeen, kwaadaardig, vilein
- oneerlijk
- onecht/onjuist als gevolg van bijv. een technische storing
- : snel geneigd tot wangedrag, zoals onverhoeds bijten; m.n. gezegd van honden
- met een of meer onzuivere tonen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| valse | verbogen, stellende trap |
| valser | onverbogen, vergrotende trap |
| valsere | verbogen, vergrotende trap |
| valsers | partitief, vergrotende trap |
| valst | onverbogen, overtreffende trap |
| valste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
via Middelnederlands valsch en mogelijk Oudfrans fals van Latijn falsus, in de betekenis van ‘onjuist, gemeen’ aangetroffen vanaf 1237
Woordfamilie van vals
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| valsch | woordvorm | vals |
| valse | verbogen vorm | vals |
| valser | vergrotende trap | vals |
| valsere | verbogen vergrotende trap | vals |
| valsers | partitieve vergrotende trap | vals |
| valst | uninflected, superlative | vals |
| valste | inflected, superlative | vals |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vals zijn vastgelegd.