validiteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- geldigheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| validiteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geldigheid’ voor het eerst aangetroffen in 1597
Woordfamilie van validiteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| validiteiten | meervoud | validiteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van validiteit zijn vastgelegd.