valide
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- in staat tot werken en normaal functioneren
- van kracht zijnde
- (verouderd) moeder
bijvoeglijk naamwoord
- van kracht/geldig zijnde
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| valider | onverbogen, vergrotende trap |
| validere | verbogen, vergrotende trap |
| validers | partitief, vergrotende trap |
| valides | partitief, stellende trap |
| valiedst | onverbogen, overtreffende trap |
| valiedste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gezond’ voor het eerst aangetroffen in 1668
Woordfamilie van valide
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| valider | vergrotende trap | valide |
| validers | partitieve vergrotende trap | valide |
| valides | partitive, positive | valide |
| valiedst | uninflected, superlative | valide |
| valiedste | inflected, superlative | valide |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van valide zijn vastgelegd.