vakminister
zelfstandig naamwoord ˈvɑkmiˌnɪstərBetekenis
- een minister in een kabinet die zich bezig houdt met een specifiek vakgebied
Hoe spreek je vakminister uit?
/ˈvɑkmiˌnɪstər/
Vakminister bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| m | maan |
| i | riet |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- lid van een regering dat zich bezighoudt met en specifiek, op zichzelf staand beleidsterrein
- lid van een regering dat vooral is benoemd vanwege zijn kennis van het beleidsterrein waarvoor hij verantwoordelijk wordt en niet zozeer aan zijn politiek talent person
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vakministers | meervoud |
| vakministertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vakministertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vak zn en minister zn
Woordfamilie van vakminister
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vakministers | meervoud | vakminister |
| vakministertje | verkleinwoord | vakminister |
| vakministertjes | verkleinwoord meervoud | vakminister |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vakminister zijn vastgelegd.