vagebond
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die niet beschikt over een vaste woonplaats
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vagebonden | meervoud |
| vagebondje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vagebondjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘landloper’ voor het eerst aangetroffen in 1536
Woordfamilie van vagebond
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vagebonden | meervoud | vagebond |
| vagebondje | verkleinwoord | vagebond |
| vagebondjes | verkleinwoord meervoud | vagebond |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vagebond zijn vastgelegd.