vadem
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een lengtemaat van 6 voet; ongeveer de afstand tussen de toppen van de middelvingers als men de armen gespreid houdt; 1,8288 meter
zelfstandig naamwoord — masculine
- een lengtemaat van 6 voet; ongeveer de afstand tussen de toppen van de middelvingers als men de armen gespreid houdt; later bepaald op 1,8288 meter
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vademen | meervoud |
| vadempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vadempjes | verkleinwoord, meervoud |
| vadems | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vademen
- gebiedende wijs van vademen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vademen
Vervoeging van vadem
vademhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘een maat’ voor het eerst aangetroffen in 1286
Woordfamilie van vadem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vadempje | verkleinwoord | vadem |
| vadempjes | verkleinwoord meervoud | vadem |
| vadems | meervoud | vadem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vadem zijn vastgelegd.