Naar de inhoud

vaccinateur

iemand die vaccineert

vaccinateur

zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. iemand die vaccineert

Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)

Vorm Grammaticale informatie
vaccinateurs meervoud
vaccinateurtje verkleinwoord, enkelvoud
vaccinateurtjes verkleinwoord, meervoud

Herkomst

Naamwoord van handeling van vaccineren met het achtervoegsel -ateur

Woordfamilie van vaccinateur

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vaccinateurs meervoud vaccinateur
vaccinateurtje verkleinwoord vaccinateur
vaccinateurtjes verkleinwoord meervoud vaccinateur

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vaccinateur zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vaccinateur

Wat is de betekenis van vaccinateur?
Vaccinateur is een zelfstandig naamwoord. De betekenis is: iemand die vaccineert.
Wat is het meervoud van vaccinateur?
Van vaccinateur geldt: het meervoud is vaccinateurs. De volledige verbuiging staat in de tabel op deze pagina.
Wat is het verkleinwoord van vaccinateur?
De verkleinvorm van vaccinateur is vaccinateurtje, altijd met het lidwoord het. Het meervoud daarvan is vaccinateurtjes.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vaccinateur is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. A 1
  3. C 5
  4. C 5
  5. I 1
  6. N 1
  7. A 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. U 4
  11. R 2
  12. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vaccinateur levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. A 1
  3. C 5
  4. C 5
  5. I 2
  6. N 1
  7. A 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. U 2
  11. R 2
  12. 26 zonder bonus
  13. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vaccinateur in het kort

vaccinateur staat in dit woordenboek als zelfstandig naamwoord. Van vaccinateur staan er 3 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vaccinateur bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vaccinateur: iemand die vaccineert
Deel vaccinateur — standaardnederlands.nl