uitzaaiing
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het overgaan van een lichamelijke functie of ziekte naar een ander deel van het lichaam, in het bijzonder de ontwikkeling naar een secundaire plek die is afgescheiden van de oorspronkelijke plek, zoals bij somminge kankers
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitzaaiingen | meervoud |
| uitzaaiinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitzaaiinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van uitzaaien met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van uitzaaiing
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitzaaiingen | meervoud | uitzaaiing |
| uitzaaiinkje | verkleinwoord | uitzaaiing |
| uitzaaiinkjes | verkleinwoord meervoud | uitzaaiing |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitzaaiing zijn vastgelegd.