uitweg
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een weg die leidt uit een omsloten ruimte
- overdrachtelijk een manier om uit een benarde situatie te geraken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitwegen | meervoud |
| uitweggetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitweggetjes | verkleinwoord, meervoud |
| uitwegje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitwegjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van uit bw en weg zn
Woordfamilie van uitweg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitweggetje | verkleinwoord | uitweg |
| uitweggetjes | verkleinwoord meervoud | uitweg |
| uitwegje | verkleinwoord | uitweg |
| uitwegjes | verkleinwoord meervoud | uitweg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitweg zijn vastgelegd.