uittrappen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈœytrɑpə(n)Betekenis
- met de voeten iets wat brandt of gloeit doven
- iets of iemand verwijderen door te trappen
- iemand tegen zijn zin van een bepaalde plaats verwijderen
- zich tot het uiterste inspannen op een hometrainer
- de bal met een schop weer in het spel brengen door de keeper, als de bal achter de achterlijn is geweest
Hoe spreek je uittrappen uit?
/ˈœytrɑpən/
Uittrappen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- meestal iemand tegen zijn zin van een bepaalde plaats verwijderen ditransitive, figuratively
Vervoeging van uittrappen
uittrappenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord uittrap
Herkomst
samenstelling van uit bw en trappen ww
Woordfamilie van uittrappen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trap uit | woordvorm | uittrappen |
| trappe uit | woordvorm | uittrappen |
| trappen uit | woordvorm | uittrappen |
| trapt uit | woordvorm | uittrappen |
| trapte uit | woordvorm | uittrappen |
| trapten uit | woordvorm | uittrappen |
| uitgetrapt | woordvorm | uittrappen |
| uitgetrapte | woordvorm | uittrappen |
| uittrappe | with-subordinate-clause | uittrappen |
| uittrappend | woordvorm | uittrappen |
| uittrappende | woordvorm | uittrappen |
| uittrapt | with-subordinate-clause | uittrappen |
| uittrapte | with-subordinate-clause | uittrappen |
| uittrapten | with-subordinate-clause | uittrappen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uittrappen zijn vastgelegd.