uitscheiding
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het uitscheiden
zelfstandig naamwoord
- dat wat uitgescheiden wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitscheidingen | meervoud |
| uitscheidinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitscheidinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van uitscheiden met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van uitscheiding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitscheidingen | meervoud | uitscheiding |
| uitscheidinkje | verkleinwoord | uitscheiding |
| uitscheidinkjes | verkleinwoord meervoud | uitscheiding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitscheiding zijn vastgelegd.